Ons plan was geen Pinterest-droombeeld en geen vastomlijnd woningtype, maar een lijst met kwaliteiten. Vooraf wisten we niet waar dat plan ons zou brengen. Onze criteria bestonden uit ‘veel daglicht’, ‘een relatie met de straat’ en ‘geen verrommeld straatbeeld’ , op zichzelf natuurlijk vrij abstracte begrippen. Wat we wél wisten, was dat we niet per se een huis met een tuin zochten, maar misschien zelfs liever een appartement met veel groen.
Deze wensen zijn misschien wat abstract, maar juist daardoor scherp.
Wat we niet hadden verwacht, was dat we bij een jaren ’70-flat zouden uitkomen. Voor veel mensen waarschijnlijk niet het type woning dat ze als hun droomhuis zouden omschrijven. Ook wij hadden dat niet gedacht. Toch voldoet deze woning exact aan onze wensen. We wonen op de vijfde verdieping: laag genoeg om in het voorjaar en de zomer tussen de kruinen van de bomen te zitten (inclusief vogelnestjes) en hoog genoeg om in de winter de skyline van Amsterdam te bewonderen.
Wat de jaren ’70-flats rondom de ring van Amsterdam gemeen hebben, is dat ze vaak met hun voeten in of aan een park staan. Zo ook onze flat, waar je via de hoofdentree zó het park in loopt om een rondje te (hard)lopen, te picknicken of te spelen. Jaren ’70-flats staan zelden op zichzelf; ze zijn vaak als stempels achter of naast elkaar geplaatst, maar wel zó gepositioneerd dat je niet in de schaduw van je buren woont.
Daarnaast beschikken deze flats vaak over grote, brede raampartijen, waardoor er veel daglicht binnenvalt en je een sterke relatie met buiten ervaart. Wil je het energielabel verbeteren, dan kun je relatief eenvoudig het glas vervangen door hedendaags hoogrendementsglas. Daarmee is meteen een groot deel van de gevel beter geïsoleerd.
Wat vaak wordt gezien als anoniem of gedateerd, blijkt bij nadere beschouwing ruimtelijk genereus, logisch gepositioneerd en toekomstbestendig.
De typologie is misschien niet sexy. De ruimtelijke kwaliteit wel.
Wat we niet hadden verwacht, was dat we bij een jaren ’70-flat zouden uitkomen.
Waarom deze ode?
Deze ode aan de jaren ’70-flat gaat niet alleen over waarom dit type woning voor ons wél een droomwoning is. Ze gaat over wat er gebeurt wanneer je jezelf toestaat om los te komen van het beeld dat je dacht te hebben.
Tijdens onze zoektocht merkten we hoe verleidelijk het is om te zoeken op typologie. Op bouwjaar. Op sfeer. Op wat bekend voelt. Maar hoe concreter wij onze wensen formuleerden in termen van kwaliteit zoals daglicht, positionering, relatie met groen, hoe minder belangrijk het label werd dat aan de woning hing.
De jaren ’70-flat stond nooit op ons verlanglijstje. Totdat we ontdekten dat juist daar de ruimtelijke condities aanwezig waren die voor ons belangrijk bleken.
Dat inzicht reikt verder dan onze eigen verhuizing.
Veel verbouwingen beginnen bij vorm: een uitbouw van 2,5 meter, een extra slaapkamer, een grotere keuken. Logische wensen. Maar onder die vormvragen liggen vaak andere, fundamentelere vragen verscholen. Waar komt het daglicht vandaan? Hoe beweeg je door het huis? Welke relatie wil je met buiten aangaan? Waar zit de echte ruimtelijke meerwaarde?
Wanneer je die laag eerst onderzoekt, verandert het gesprek. Dan verschuift de aandacht van wat je toevoegt naar wat je versterkt. Van meters naar kwaliteit. En soms leidt dat tot oplossingen die vooraf niet voor de hand lagen, zoals bij ons het geval was.
Dat is waar architectuur en strategie elkaar raken.
En precies daar help ik graag bij.